TINQ – Gulf – Miedema – Tuig

De Stad Amersfoort 1-12-2006

Omwonenden laten zich niet intimideren door TINQ
,,Wij willen gewoon hier een leefbare en veilige situatie”

AMERSFOORT – Bedreigingen, vernielingen, pesterijen en het structureel lak hebben aan milieu- en veiligheidsvoorschriften. Omwonenden van het omstreden TINQ-tankstation aan de Soesterweg hebben de afgelopen maanden gemerkt wat het betekent zich te verzetten tegen de plannen van moederbedrijf Gulf om er een onbemand tankstation van te maken. Uit angst durven de meesten zich zelfs niet meer in het openbaar uit te laten over het bedrijf. Zij hopen stilletjes dat de gemeente TINQ zal uitkopen. Twee omwonenden verzetten zich echter met nadruk tegen de ,,intimidatietactiek’’ van Gulf. Bernard van Gellekom en zijn vriendin Ingeborg Stuij zijn al meer dan tien jaar verwikkeld in een juridische strijd met Gulf/TINQ eigenaar Miedema. Om iedereen de werkwijze van het bedrijf onder de aandacht te brengen, doen zij hun verhaal in De Stad Amersfoort.

door André van der Velde

2006-12-1 De stad Amersfoort

,,Je bent er continu mee bezig, zelfs als je slaapt gaan je dromen erover. Goed uitrusten lukt eigenlijk al lang niet meer. We voelen letterlijk aan den lijve hoe berekenend en meedogenloos zo’n grote maatschappij te werk gaat. Dat is om doodsbang van te worden”, zegt Ingeborg Stuij over de jarenlange strijd die zij en haar vriend Bernard van Gellekom voeren tegen oliemaatschappij Gulf.

Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw bezat de familie van Bernard van Gellekom het uit vier gedeelten bestaande pand Soesterweg 452 nog volledig. ,,In het middelste deel had mijn opa ooit een garagebedrijf en een benzinepomp gevestigd, met daarboven en ernaast (een) woongedeeltes. Na diens dood kwam dat bedrijf door financieel wanbeleid in de problemen. Zo is het middelste appartement inclusief de garage en de benzinepomp in handen gekomen van Gulf-eigenaar Arie Miedema, die het vervolgens heeft verpacht als pomp/garagebedrijf”, legt Van Gellekom de voorgeschiedenis uit. Samen met zijn vriendin betrok hij in 1989 het rechter pand en kocht enkele jaren later het linker woonhuis om het in de familie te houden.

De eerste jaren woonden ze daar zonder problemen. ,,Van de buurtpomp met de bijbehorende servicegarage hadden we absoluut geen last”, aldus Van Gellekom. ,,Maar dat veranderde stapje voor stapje. In 1992 werd de pomp losgemaakt van de garage en kwam er een nieuwe pachter in, Frits Ham. We kregen al snel een conflict met degenen die de garage beheerden. Die breidden enkele maanden later namelijk de garage zonder overleg fors uit, ten koste van ons dakterras (en toegang tot het terrein). De verviervoudiging van de productie leidde tot geluidsoverlast.” ,,Bovendien”, vult zijn vriendin aan, ,,werd de garage ook nog eens een APK-keuringstation. Er worden hier dus roetproeven gehouden. Dat leidde tot stankoverlast, vooral ook omdat de roetkeuringsinstallatie niet deugde. De uitstoot werd eenvoudigweg ons dakterras opgeblazen.”

,,Omdat wij ook bevoegd zijn het terrein te gebruiken om te parkeren en te betreden en bovendien eigenaar zijn van enkele appartementen in het complex, verzocht ik de gemeente te onderzoeken of die afsluiting wel volgens de regels was. Ook verzochten wij onderzoek te doen naar de naar onze mening illegaal gebouwde dakuitbouwen in ons dakterras. Een dag nadat hier een ambtenaar was wezen kijken, kwam één van de medewerkers van het tankstation op mij af. Hij maakte een zeer agressieve indruk en zei dat ik niet aan zijn brood moest komen. ‘Waar ben je mee bezig? Als je doorgaat kun je wel eens veel pijn gaan leiden. Ik gooi een bom onder het hele pand’, dreigde hij. Ook raadde hij ons aan een brandblusser naast ons bed te leggen.”

Achteraf gezien vermoedt Van Gellekom dat de agressieve houding te maken had met criminele activiteiten in het pand, die pas later aan het licht kwamen. Hij zoekt even in een van de zes lijvige dossiermappen die op zijn bureau staan en haalt hier tussen één van de vele krantenartikelen een krantenartikel tevoorschijn. ,,In 2002 zijn hier twee wietplantages door de politie opgerold. Bij de eerste inval in februari, werd een kleine vijfhonderd planten weggehaald en een paar maanden later, in april, was het weer raak. Dat zegt wel wat over met wat voor mensen je te maken hebt.”

Grimmiger
Een conflict met beheerder Frits Ham zorgde voor een steeds grimmiger sfeer. Van Gellekom en Stuij huurden vanaf 2001de woonruimte boven het pompstation van Ham, maar kregen na verloop van tijd een huurgeschil met hem over het onderhoud aan de woning. ,,Wij wilden wat aan het algehele onderhoud van de woning doen. Omdat Miedema daaraan wederom niet wenste mee te werken, konden wij niet anders dan Ham aanpakken. Via de huurcommissie dwongen we hem minder huur te rekenen en de problemen in/aan het appartement op te lossen. Ham schakelde vervolgens zijn kornuiten in om ons het leven zuur te maken.” De gevolgen daarvan lieten niet lang op zich wachten. Stuij: ,,Kort daarna begonnen de stelselmatige vernielingen en treiterijen. De banden van onze auto werden meerdere malen lek gestoken, onze schuttingen werden kapot gemaakt en post werd uit de deur gehaald.” Van Gellekom bladert willekeurig een van de dossiermappen door en laat foto’s zien, allen voorzien van datum en een korte omschrijving. ,,November 2003 en juni 2004, schutting over vier meter kapot gedrukt en palen uit de grond gebroken; Augustus 2004, beveiligingskabels doorgeknipt; September 2004, schutting weer omgetrokken; November 2004, onze reclamepanelen kapot gegooid; Januari 2005, de rubbers van onze ruitenwissers losgesneden. Februari 2005, de auto van mijn ouders met een groot voorwerp toegetakeld. Dit zijn maar een paar voorbeelden.” Hij legt de map voor zich neer en laat een stilte vallen. ,,Maar het meest grove gebeurde toen Ham in februari vorig jaar vertrok als beheerder. Hij had zijn kornuiten uitgenodigd voor een afscheidsfeest. Toen wij ‘s avonds thuiskwamen, werden we direct door hen lastig gevallen Ze deden opgefokt tegen ons en probeerden ons uit te dagen. Wij durfden thuis zelfs het licht niet aan te doen, of de tv aan te zetten om maar geen aanleiding te geven. Uit vrees voor escalatie hebben we ook de politie niet ingeschakeld. We dachten nog ‘hier moet je even doorheen. Dit is zijn laatste dag’. De volgende dag ontdekten we hondenpoep in onze brievenbus en iemand had bij ons naar binnen gepist.”

Overigens hebben Van Gellekom en Stuij de problematiek rond het pompstation en de garage de afgelopen jaren meerdere malen aangekaart bij de gemeente. ,,Wij willen gewoon hier gewoon een leefbare en veilige situatie, meer niet. Maar de top van de gemeente liet ons weten het verschrikkelijk te vinden wat hier is gebeurd, maar verklaarde tegelijkertijd er maar weinig aan te kunnen doen.”

Onbemand tankstation
Het vertrek van Frits Ham betekende voor Van Gellekom en Stuij het begin van een periode van betrekkelijke rust. Al snel na het vertrek van Ham lanceerde Gulf plannen om het pompstation om te bouwen tot een onbemand Tinq-tankstation. Die plannen leidden tot een storm van protest uit de buurt. Omwonenden richtten het Actiecomité Veiligheid Nu op om ervoor te zorgen dat het pompstation wel een beheerder zou krijgen. Ook Van Gellekom en Stuij sloten zich indertijd bij het actiecomité aan.

Het Tinq-tankstation zorgde vanaf maart 2005 tot en met oktober 2006 voor grote onrust in de buurt. Er werd geregeld niet voldaan aan de veiligheids- en milieuvoorschriften. Zo werd meerdere malen gelost vanaf de openbare weg, rookten medewerkers tijdens het lossen, liepen er brandstoffen op de openbare weg en hield het bedrijf zich niet aan de gemeentelijke verplichting dat er tijdens openingstijden altijd een beheerder moest zijn.

De spanning liep langzaam maar zeker hoog op en Van Gellekom en Stuij merkten dat de intimidatietactiek weer werd toegepast. ,,Vanaf eind januari vonden wederom allerlei kleine en grotere incidenten plaats. En een paar weken geleden werd ik weer door een van de medewerkers op agressieve manier tegengehouden en werd me te verstaan gegeven dat ik niet aan zijn brood moest komen. Een dag later werd er wederom een autoruit kapot gesneden.”

De toegenomen spanning hing samen met de maatregelen van de gemeente om het bedrijf in het gareel te dwingen. Zo besloot het college van b. en w. in maart een dwangsombeschikking op te leggen. Nadat vier dwangsommen verbeurd waren verklaard, startte de gemeente in oktober een juridische procedure voor het toepassen van bestuursdwang. Op de valreep regelde het bedrijf echter alsnog bewaking, waardoor de gemeente formeel had bereikt was het zij wilde bereiken, namelijk een continue controle. Sluiting is dus voorlopig van de baan.

Wat Van Gellekom betreft hoeft het pompstation ook niet zo nodig te sluiten. ,,Ik heb nooit iets tegen een pompstation met een buurtfunctie gehad, integendeel. Mij gaat het er om dat hier een leefbare en veilige situatie wordt gecreëerd. Daarom wilde ik ook de pomp namens de Vereniging van Eigenaren in beheer nemen. Dat zou een win-win-situatie zijn. Voor ons omdat we dan een einde kunnen maken aan een deel waarvan we overlast hebben, voor de buurt omdat wij als beheerder er alles aan gelegen zal zijn een nette en veilige situatie te creëren, en voor Miedema omdat hij kosten bespaart door het beheer over te laten aan een lid van de Vereniging van Eigenaren.” Lachend kijkt hij zijn vriendin aan en vervolgt: ,,Als we de garage terug hebben, dan trouwen we daar, net als mijn ouders.”

Het tweetal heeft meerdere rechtszaken tegen Miedema aangespannen. ,,De rechter moet onder meer uitspraak doen over het oneigenlijk gebruik van onze eigendommen, hinder en ernstige inbreuk op ons woongenot. Daarbij gaat het onder meer om het hek en de koepels in ons dakterras en het plaatsen van de kap boven het pompstation. Miedema heeft onrechtmatig en eenzijdig die dingen doorgedrukt. Ook proberen we via de rechter de Vereniging van Eigenaren weer nieuw leven in te blazen. Zes zaken zijn inmiddels voor ons positief door de rechter beoordeeld maar de maatschappij volhardt in haar wijze van werken en gaat met de macht van het geld verder om ons financieel aan de grond te krijgen. “

Van Gellekom ziet Miedema als de kwade genius achter alle problemen. ,,Ik ben steeds meer tot de ontdekking gekomen dat hij het pand wil uitzuigen. Zijn pachters, de mede-eigenaren en de huurders draaien voor de ellende op en maken elkaar onnodig het leven zuur. Ook worden nu buurtbewoners die ongewenst gebruik maken van het terrein en zich bemoeien met de uitbreiding van de pomp ongewild in dit complexe en gevaarlijke verhaal gezogen, gewoonweg omdat er hier geen duidelijkheid over is. Wij willen daarom met dit verhaal naar buiten om een duidelijk beeld te geven wat er hier nu werkelijk aan de hand is.”

Miedema hoopt dat Ingeborg en ik de strijd opgeven en vertrekken. Dan heeft onze grond op een locatie in een woonwijk met een zeer snel stijgende grondprijs. Het was zijn strategie om zo ‘n situatie te creëren dat de gemeente niets anders kan dan hem uit te kopen.” In tegenstelling tot het actiecomité is Van Gellekom daar fel tegen. ,,Dan wordt die man voor zijn wangedrag beloond, dat mag absoluut niet gebeuren. Miedema is tot nu toe steeds de dans ontsprongen, maar een keer zal de hele kwestie zich tegen hem keren. Daarvan zijn wij overtuigd.”

Bernard van Gellekom en zijn vriendin Ingeborg Stuij hebben al jaren te maken met vernielingen, bedreigingen en intimidatie door medewerkers van het Tinq-tankstation aan de Soesterweg

2006-12-1 De stad Amersfoort 02

Lees hier de familie geschiedenis van het pand,

Geef een reactie